Lissabon
Lissabon is in niets te vergelijken met de rest van Portugal, want het is de schakel tussen Portugal en Europa en qua ontwikkeling de rest van het land heel wat stappen voor. Lissabon werd “Weltschmerzcity’ genoemd, omdat het de thuishaven was van treurige fado, zwaarmoedige dichters en een betoverende vorm van decadentie. Maar terwijl zelfds op de prachtige Avenida da Liberdade de verf van de huizen bladdert, rijzen daartussenin de glazen paleizen uit de grond, en van een fatalistische hang naar het verleden is weinig te merken. De jonge Lisboetas zijn trouwens vaak geen fans van de weemoedige melodieën. Zij werken hard om van Lissabon een moderne Europese wereldstad te maken. Een moedig project, dat echter vaak een vleugje grootheidswaanzin vertoont, want de armoede die tegelijkertijd groeit, wordt totaal vergeten.
Het hart van de stad
Lissabon, met zijn bijna één miljoen inwoners, is een woelige metropool. De stad heeft veel gezichten. Ze is tegelijkertijd modern en ouderwets, kosmopolitisch en provinciaal, luxueus en armoedig, arrogant en sympathiek, Europees en Afrikaans. Wie het hard van de stad wil horen kloppen, moet naar het Rossio, het favoriete plein van de stedelingen. Neem rustig de tijd om van op het terras van een van de traditionele cafés te kijken naar de mensenmassa’s, en te horen hoe blinde lotenverkopers met rauwe stem geluksgetallen en geluksboodschappen uitschreeuwen. Lissabon is opgedeeld in de wijken: Alfama, Biaxa, Bairro Alto en Estrela en Belém.
Alfama
Alfama is op elk moment van de dag een fascinerende wijk. Laat in de middag en vroeg in de avond, als de bewoners in hun deuropening verschijnen en de kleine taverna’s beginnen vol te lopen, komt de wijk tot leven. Hier wonen veel Afrikaanse immigranten en op verschillende locaties wordt muziek uit Mozambique en de Kaapverdische Eilanden gespeeld. Gezien de steile straten en trappen in de wijk kan men het beste boven beginnen en de weg naar beneden volgen. U zult pittoreske hoekjes, bouwvallige kerkjes en panoramische vergezichten ontdekken.
Bezienswaardigheden
Castelo de São Jorge
Na de herovering van Lissabon op de moren in 1147 liet koning A. Henriques het fort op de heuveltop ombouwen tot residentie van de Portugese koningen. In 1511 bouwde Manuel I een luxueuzer paleis aan wat nu de Praça do Comércio is, waarna het kasteel dienstdeed als theater, gevangenis en wapendepot. Na de aardbeving van 1755 bleef de borstwering tot 1938 een ruïne, waarna Salazar met de complete restauratie begon. De ‘middeleeuwse’ muren werden gebouwd en er werden tuinen aangelegd. Het kasteel mag dan niet authentiek zijn,in de tuinen en nauwe straatjes van de wijk Santa Cruz kunt u aangenaam wandelen.
Baixa
Van de ruïnes van Lissabon, dat werd verwoest door de aardbeving in 1755, maakt de Marquês de Pompal een geheel nieuw centrum. Hij verbond de statige Praça do Comércio aan de Taag met het centraal gelegen Rossio. In de straten werden neoclassicistische gebouwen neergezet en de straten werden genoemd naar de winkeliers en de ambachtslieden die er handel dreven. De Baxia (benedenstad) is er nog steeds het commerciële centrum van de hoofdstad met banken, kantoren en winkels. Het hart van het Rossio wordt bepaald door cafés, theaters en restaurants. De geometrische indeling van de wijk bleef bewaard, maar de meeste gebouwen van na de 18de eeuw missen de Pombaleske statigheid. Overdag zijn de straten drukbevolkt, vooral de Rua Augusta, maar ‘s avonds is het rustig in de wijk.
Bairro Alto en Estrela
De op een heuvel gelegen Bairro Alto, aan het eind van de 16de eeuw aangelegd in schaakbordpatroon, is een van de mooiste wijken van de stad. Aanvankelijk woonden er rijke burgers die de beruchte Alfama waren ontvlucht. In de 19de eeuw was het een vervallen, door prostituees bevolkte buurt. Nu vindt men er veel werkplaatsen en tascas (goedkope restaurants). Van een geheel andere allure is de Chiado, een chique, door winkels beheerste wijk, waar rijke Lisboetas inkopen doen. De Estrela, in het noorden, wordt beheerst door een gigantische koepelbasiliek en drukbezochte tuinen. In de halverwege de 18de eeuw gebouwde wijk Lapa in het zuidwesten staan veel ambassades en fraaie woonhuizen.
Belém
Aan de monding van de Taag, waar de karvelen hun ontdekkingstochten begonnen, ligt de wijk Belém, die onlosmakelijk is verbonden met de Portugese Gouden Eeuw. Manuel I kwam in 1495 aan de macht en profiteerde van de opbrengsten uit de Portugese expansiedrift. Er verrezen kerken en monumenten die het tijdsbeeld weerspiegelden. De uitbundige, exotische stijl van Manuel is terug te zien in de Mosteiro dos Jerónimos en de Torre De Belém. Nu is Belém een ruime, groene wijk met veel musea, parken en tuinen. Aan de rivierpromenade liggen gezellige cafés. Op zonnige dagen heerst in Belém de sfeer van een badplaats. Voordat de Taag zich terugtrok, keken de monniken in het klooster uit over de rivier en zagen ze de schepen voorbijvaren. Tegenwoordig wordt de schilderachtige rivieroever van Belém gescheiden door de drukke Avenida da Índia; de hele dag door rijden er nu zilveren en gele treinen langs.
Buiten centrum
De meeste bezienswaardigheden die buiten het centrum van Lissabon liggen, waaronder enkele zeer interessante musea, zijn met de bus of metro goed bereikbaar. Een wandeling van tien minuten langs de noordgrens van het Praque Eduardo VII leidt naar een van de toonaangevende cultuurtempels van het land, de Calouste Gulbenkian-stichting, gelegen in een fraai park. Verderop, aan de Campo Grande, ligt het Museu da Cidade dat een overzicht biedt van geschiedenis van Lissabon. Het charmante Palácio Fronteira is versierd met fraaie tegels. Dit is een van de vele voor de aristocratie gebouwde villa’s, die nu uitzien op de buitenwijken van de stad. Wie van tegels houdt, bezoekt het Museu Nacional do Azulejo in het Madre de Deus-klooster. Ook kan men de Taag oversteken om het Cristo Rei-monumenten te bekijken. In het noordoosten ligt het enorme Oceanarium, onderdeel van Expo ’98, een project dat dit gebied heeft omgevormd tot woonwijk en handelscentrum.







